Vooropleiding dans
Als dansen je passie is
Sinds 1990 biedt en ontwikkelt het Valuascollege samenwerking met ArtEZ in Arnhem een vooropleiding dans in combinatie met voortgezet onderwijs. Talentvolle kinderen vanaf groep 6 kunnen hier terecht voor de oriëntatiecursus dans. HAVO/VWO-leerlingen en basisschoolkinderen werken onder de bezielende leiding van Liesbeth Wiertz aan een droom die slechts voor een enkeling is weggelegd: van dansen je beroep maken. 
Dansen vormt lichaam en geest
Dansen is hard werken, elke dag hetzelfde en nog meer lichaamswerk, techniek inslijten, expressie vervolmaken, je lichaam en geest trainen, emoties leren uitdrukken zonder woorden, een persoonlijkheid worden die zijn plaats op het podium inneemt. En voor de HAVO/VWO-leerlingen dan ook nog tegelijkertijd een middelbare schooldiploma halen! De dansopleiding vormt karakter, discipline en doorzettingsvermogen. Ook al gaan de leerlingen met hun Valuaseinddiploma niet naar de dansacademie, deze eigenschappen zullen hen vergezellen in de rest van hun leven. Daarbij, dansen is leuk, dansen is gezond, dansen kun je je hele leven blijven doen. De leerlingen komen uit de hele regio, sommigen reizen wel anderhalf uur. De dansgroepen zijn naar klas en leerjaar georganiseerd: V1 tot en met V6.



Dansdocente Liesbeth Wiertz:
“Plezier in hard werken en nieuwe dingen leren”
“Leerlingen die moeten vechten, komen meestal het verst,” is de ervaring van Liesbeth Wiertz, dansdocente op het Valuascollege en drijvende kracht achter de vooropleiding dans gecombineerd met voortgezet onderwijs. “Met talent alleen kom je er niet, het is gewoon hard werken.”

Ze kan rekenen op een geweldig team van docenten en muzikaal begeleiders. Zelf geeft ze dagelijks drie klassen les in klassieke dans. Kate Hendriks geeft klassieke dansles aan de drie laagste niveaus. Saskia Bosman geeft moderne dans en ieder schooljaar zijn er gastdocenten en professionele choreografen, die met de leerlingen werken en dansstukken voor hen maken.
Podiumkunst
Leerlingen zonder danservaring kunnen nog meedoen tot in de brugklas. Liesbeth benadrukt: “Na auditie. Daarna wordt het heel moeilijk, vraagt allerlei inhaalmanoeuvres. De fijnste weg start vanaf 10, 11 jaar, groep 6. Dan zijn ze gewend aan stevig lichaamswerk. Techniek en mentaliteit zijn meegegroeid. Weinig blessures. Maar dans is niet alleen een getraind lijf. Je hebt veel meer nodig: talent, de juiste instelling, doorzettings- en uithoudingsvermogen, muzikaliteit, ambitie én een innerlijke drang. Het is een lange weg die aarzelend begint, zoals het leven zelf. Dat moet steeds steviger worden, anders lukt het niet. Als je blijft aarzelen, werkt het niet. Maar geldt dat niet voor alle vakken? Daarbij, we doen podiumkunst. Dat vraagt om een persoonlijkheid die de ruimte vult, die met dans alle verschillende emoties, elke nuancering kan uitdrukken. Podiumkunst vraagt om alles wat je in huis hebt. Dans is ook heel eerlijk. Ik zie het meteen als een leerling zich niet goed voelt. Voor de basisschoolgroep is het een oriënterende fase. Het kind ontdekt of dit bij hem past. Het krijgt twee keer per jaar een apart dansrapport met een uitgebreide beoordeling van attitude, aanleg, ijver, techniek, expressie. Er zijn testlessen, er is veel overleg in het team. Dan wordt bepaald of doorgaan zinvol is. Het is hard werken, we doen veel voorstellingen. Die vormen de zin van het trainen. Dat probeer ik over te brengen.” Ritmisch tikkend op haar knie, groen oplichtende ogen boven een fit balletlijf: “Dag in dag uit plié’s, duizenden - jaar na jaar. Is toch zinloos als je niet weet waarvoor?”

Liesbeth is stipt, er moet geluisterd worden. Maar ze kan ook enorm geraakt zijn door haar leerlingen, een brok in de keel na een voorstelling. "Geweldig, als er eentje heel ver komt. De oudere leerlingen zijn meer hier dan thuis, dan krijg je wel een band. Sommigen moeten ver reizen, hebben er veel voor over, ze leren in de bus of trein."
Een doener
Ze is trots op wat ze zelf heeft opgebouwd, het kwam niet aanwaaien. Kunst was in het gezin belangrijk, maar haar ouders dachten bij dans aan revue en veren… Haar drang om op muziek te bewegen liet zich niet het zwijgen opleggen. Het lukte, Liesbeth kwam bij Scapino-ballet in Amsterdam, toen nog educatief. In 1981 vroeg het ministerie van WVC haar een experimentele opleiding op te zetten. Een kans voor kinderen in de regio om aansluiting te vinden bij de HBO-dansopleidingen. Het werd een succes: twee keer verlenging. In 1987 moest ze weg bij het kunstencentrum oude vorm. In 1989 kwam ze in dienst van de Dansacademie Arnhem, waarmee de Vooropleiding Dans Venlo meteen uit de vijf klassen bestond, die ze had moeten achterlaten. In 1990 stapte ze het Thomascollege binnen en werd coördinator van een dansafdeling, die ze helemaal zelf heeft opgezet. Een lijfspreuk? Grappig woord in dit verband. Liesbeth Wiertz ís haar lijf, ís dans, zonder gaat het niet. “Doen,” zegt ze, “ik ben een doener.“
Dans heeft geen woorden nodig
Uitspraken van dansleerlingen van HAVO/VWO
"Op maandag moet je altijd eerst weer wennen aan je lichaam en op dinsdag moet je door je spierpijn heen. Pas op woensdag wordt het allemaal weer een beetje normaal. Ik train zo’n achttien tot twintig uur per week. Behalve in het weekeinde, want je moet er niet constant mee bezig zijn. Dansen is hard werken en niet zomaar een hobby."
"Op school vragen klasgenoten me vaker wat ik later eigenlijk ga doen. Ze denken dat het een of andere hobby is en hebben er geen idee van dat dansen een beroep is. Dat is jammer, maar ik trek er me niet veel van aan."
"Vroeger ben ik er wel mee gepest, in groep 5. Dan zeiden ze dat het iets voor meisjes was en dat ik moest gaan voetballen. Daar kon ik wel eens verdrietig over zijn. Aan de andere kant, mijn ouders staan helemaal achter me. Ze vinden gewoon dat ik moet doen wat ik wil."
"Binnen- of buitenland maakt geen verschil en taalverschillen zullen geen barrière vormen: Dans heeft geen woorden nodig."
Ter informatie, link naar ArtEz-dansacademie: www.ArtEz-dansacademie.nl

